Tekst examen vlucht

Bij alle examens staan twee gemeenschappelijke items te beoordelen:

Algemene veiligheid vlucht (van begin tot einde)

Hiermee wordt bedoeld of de totaalindruk van de vlucht een veilige indruk achter laat. Te denken valt onder andere aan het vliegen van passende snelheden gedurende de examenvlucht, en het ontbreken van stuurfouten.

Handling van het model

Een extra aandachtspunt van veiligheid, vooral aandacht voor het op juiste wijze omgaan met het type aandrijving. (Elektro – Nitro – Benzine etc…)
Start

Het model moet met draaiende motor stilstaan of mag door een helper worden vastgehouden. De aanloop moet in rechte lijn zijn, evenals de daarop volgende stijgvlucht. In geval van een handstart mag het model zowel door de helper als door de vlieger worden gegooid.
Als onvoldoende kan ondermeer worden aangemerkt als:

het model gedurende de aanloop en/of bij de stijgvlucht aanmerkelijk van richting verandert.
na het opstijgen opnieuw de grond wordt geraakt.
de stijgvlucht onstabiel is of met te hoge of te lage snelheid wordt gevlogen.

Procedure-turn

Het model vliegt minimaal 5 seconden langs de vlieglijn tot vrijwel recht voor de kandidaat, maakt een bocht van 90 graden van de vlieglijn af, beschrijft dan een bocht van 270 graden tegengesteld aan de eerste bocht, waarna het weer in rechtlijnige horizontale vlucht terugkeert langs de vlieglijn tot wederom recht voor de kandidaat, naar het beginpunt op een koers tegengesteld aan die bij het begin van de figuur.
Als onvoldoende kan ondermeer worden aangemerkt als:

de figuur als zodanig onvoldoende kan worden herkend.
de hoogte sterk varieert.

Twee loopings achterover

Het model komt langs de vlieglijn aanvliegen en maakt recht voor de vlieger achtereenvolgens twee lussen (jetmodellen: één looping) achterover. Een lichte duikvlucht om meer snelheid te verkrijgen is toegestaan. De figuur wordt beëindigd op een koers die in het verlengde ligt van die bij aanvang.
Als onvoldoende kan ondermeer worden aangemerkt als:

de loopings niet als zodanig herkenbaar zijn.
het model tijdens de loopings niet meer volledig onder controle is (breekt uit).
de manoeuvre grote afwijkingen vertoont ten opzichte van de vlieglijn.

Vlakke acht

Het model vliegt tot vrijwel voor de kandidaat, maakt een bocht van 90 graden van de vlieglijn af, beschrijft dan een complete horizontale cirkel in de vliegrichting, gevolgd door een cirkel in tegenovergestelde richting. De figuur wordt beëindigd op een koers die in het verlengde ligt van die bij de aanvang.
Als onvoldoende kan ondermeer worden aangemerkt als:

de manoeuvre niet als dusdanig kan worden herkend.
de hoogte sterk varieert.

Tolvlucht of spiraalduik van 3 slagen.

Het model vliegt op voldoende hoogte tot bijna recht voor de kandidaat, neemt gas terug en maakt dan een tolvlucht of spiraalduik van drie slagen (een tolvlucht is een overtrokken vliegtoestand, een spiraalduik is een gevlogen figuur).
Na herstel vervolgt het model op lagere hoogte in dezelfde richting als bij het begin van de manoeuvre.
Als onvoldoende kan ondermeer worden aangemerkt als:

de manoeuvre niet als dusdanig kan worden herkend.
het model vanuit een tolvlucht overgaat in een spiraalduik.
het model in een spiraalduik een veel te hoge snelheid bereikt.